4 Fruit plukken

Drie dagen Melbourne waren niet echt geweldig. The Australian Open zijn bezig en alle hostels vol. Ik had niets geboekt en kreeg de ene na de andere keer de term fully booked te horen. Uiteindelijk kom ik in een vreselijk hostel terecht; het International Backpackers’ Hostel. Geen common room, geen ramen in de dorm en overal heb je een keycard voor nodig, zelfs voor de wc. Voor iedereen met een slok te veel op, natuurlijk veel te veel gevraagd. Hierdoor ligt er elke ochtend kots voor de badkamerdeur. Ik kom af en toe oude bekenden tegen uit Sydney, maar maak geen nieuwe vrienden. Ik vraag me af of ik er goed aan heb gedaan alleen naar Melbourne te gaan. Maar dan krijg ik een telefoontje van Lukas:
‘Waar ben je?’ Vraagt hij.
-‘Nog in Melbourne.’
‘Wil je morgen werken?’
-‘Yass’
‘We kunnen morgen fruit plukken. We beginnen om zes uur, ok?’
-‘Dat klinkt goed. Hoe kom ik daar?’
‘Pak de trein van half zeven.’
-‘En hoe zit het met accommodatie?’
‘Hmm, dat weet ik niet helemaal zeker, maar dat is waarschijnlijk geregeld. Zodra ik meer weet stuur ik je die info per sms.’

Met een grote grijns op mijn gezicht hang ik de telefoon op. Wat is het toch heerlijk om zo spontaan te leven, helemaal vrij en nergens aan gebonden te zijn. Met een lichte tegenzin had ik vanochtend voor een nachtje bijgeboekt in mijn hostel. Ik wist toen nog niet wat ik wilde doen. Nu belt Lukas en weet ik dat ik straks mijn rugzak kan pakken en zomaar kan vertrekken.
Ik steek de straat over en loop een dump winkel binnen en koop een paar werkschoenen. Op mijn weg terug naar het hostel kom ik een oude bekende uit Sydney tegen. ‘Ik verlaat Melbourne per direct. Ik ga morgen fruit plukken!’ zeg ik tegen hem. -‘Wat voor fruit ga je plukken?’ vraagt hij. ‘Geen idee, ik weet alleen dat ik morgen ergens om zes uur kan beginnen met werken.’
Ik loop door en pak in het hostel mijn tas en eet nog snel een bordje pasta. Daarna met de gratis City Circle Tram naar het treinstation Southern Cross. Daar vertrekt er inderdaad een trein om half zeven richting Shepparton. Waar Lukas twee dagen geleden naartoe was vertrokken. Ik koop een kaartje en stap iets voor half zeven op perron vier in wagon D van de V-line naar Shepparton. Dan krijg ik een sms-je van Lukas dat ons hostel in Mooroopna zit! Ik schiet in de paniek en zoek snel een conducteur. Die kan mij gelukkig vertellen dat deze trein ook in Mooroopna stopt.
Via sms hoor ik ook van Lukas dat we morgen perziken gaan plukken en dat hij nog niet weet voor hoe lang. Maar daar komen we morgen wel achter. Ondertussen zie ik het echte Australische platteland aan mij voorbijgaan. Eindeloze graslanden met schapen, koeien en hier en daar kangoeroes, maar vooral rust en ruimte.
Mooroopna is een stuk minder idyllisch. Het is al donker als ik er aankom. Aan één kant van het perron wacht de bush en aan de andere kant een container opslagplaats. Ik bel Lukas om te vragen waar ik naar toe moet. De hosteleigenaar regelt een pick-up en vertelt mij: ‘Someone ’s gonna pick you up. He looks like Santa Claus but without the beard‘. Door miscommunicatie gaat mijn lift eerst naar Shepparton voordat hij mij oppikt in Mooroopna. Een half uur later stopt een man die er met veel fantasie uit ziet als Santa Claus without the beard.
You’re from Germany?’ Zegt hij.
-‘No the Netherlands.
Ah Olanda. Why do you wanta come ere than?
-‘To have a nice experience in another country.
What do you do back home?
-‘I was a student.
Ave you ever picked fruit before?
-‘No‘ De man schiet in de lach. ‘Tomorrow is my first day‘ vertel ik hem.
Tomorrow? You gonna start tomorrow already!’ En weer schiet hij in de lach. ‘It’s hard work you know‘ zegt hij waarschuwend.

Om tien uur kom ik eindelijk aan in het hostel. Ik begroet Lukas en daarna gaan we snel op bed. Want we moeten er de volgende dag al om half zes uit. Maar slapen lukt natuurlijk voor geen meter. De afgelopen weken ben ik nooit zo vroeg op bed gegaan. Als ik twee uur later bijna in slaap val, komt er ineens een stomdronken koppel de dorm binnenlopen en die beginnen lekker te neuken. ‘Ook dat nog’ denk ik. Als ik naar het stapelbed onder mij kijk zie ik dat Lukas al helemaal in dromenland is. The lucky basterd krijgt er helemaal niets van mee. Wat heeft die de afgelopen dagen uitgespookt, dat hij nu zo moe is dat hij al ligt te maffen. Ik ben jaloers op hem. Ik woel in mijn bed en zucht geïrriteerd, niet dat het stelletje zich daardoor laat stoppen. Maar dan ineens: Blaaaahhhh. Terwijl ze daar liggen te neuken gaat het meisje over haar nek en ook nog eens op die jongen! ‘GODDAMMIT!’ vloekt hij keihard. Nu wordt Lukas ook wakker en hij kijkt verbaasd om zich heen. Het meisje stormt de dorm uit, niet veel later gevolgd door de jongen. De zure lucht van kots vult de dorm en Lukas vraagt aan mij wat er aan de hand is. ‘Niets, ga maar lekker slapen. Morgen moeten we er weer vroeg uit’ antwoord ik hem. Hij draait zich om en valt weer in slaap. De jongen komt even later terug op de dorm en valt op een ander bed in slaap. De zure lucht hangt nog steeds in de dorm. Ik open een raampje en val uiteindelijk ondanks de zure lucht ook in slaap.

Om zes uur staan Lukas en ik voor de deur van het hostel te wachten op iemand die ons gaat oppikken. We hebben geen idee wie dat is of hoe hij er uit ziet. Lukas was een aantal dagen eerder naar Shepparton gegaan en had daar op de camping van een paar Franse meiden een telefoonnummer gekregen van een werkgever. Deze man heeft Lukas verteld dat wij om zes uur voor de deur klaar moeten staan. Hier staan wij niet alleen, want iedereen in het hostel is aan het fruit plukken en staat buiten te wachten totdat ze worden opgepikt.
Dan komt er een grote Toyota Jeep langs waarvan het raampje langzaam naar beneden gaat. De man uit de auto kijkt rond en zegt dan tegen Lukas: ‘Are you Lukas?‘ Als Lukas positief antwoordt, gebaart de man dat wij moeten instappen. Ik heb geen idee wie het is, maar we stappen beiden in. Ik zit achterin en tuur uit het raam. De lucht is prachtig oranje en we passeren de ene na de andere boomgaard. Overal staan Aziaten, Afrikanen en Indiërs klaar om te gaan werken. ‘Dat belooft nog wat voor de werkomstandigheden’ denk ik.
Na een kwartiertje rijden, worden we bij een schuur afgezet. Er staat een hele rij kleine tractors en een dubbele hoeveelheid aan andere fruitplukkers. Lukas en ik krijgen een eigen tractor aangewezen met een aanhangwagen waarop drie kisten en twee ladders staan. We krijgen ook elk een bak die we op onze schouders kunnen hangen en waar we perziken in gaan verzamelen. Als het licht genoeg is, starten we de tractor en volgen we de rest naar de boomgaard. Die bestaat uit allemaal paden waar aan beide kanten perzikenbomen groeien. De bomen zijn zo gesnoeid dat er links en rechts zes takken uitkomen, die horizontaal worden ondersteund door een ijzerdraad. De bomen zijn dus recht en overzichtelijk.
Net als de andere fruitplukkers worden Lukas en ik door Bennie, de manager van de farm, een pad ingestuurd. Bennie heeft één oog halfdicht en een heel vet Australisch accent. Hij geeft ons een spoedcursus perzik plukken en dan zijn we good to go. Lukas en ik plukken elk aan een kant van het pad en motiveren elkaar zo om niet voor elkaar onder te doen. Zo snel als we kunnen vullen we de bak om onze schouders met perziken. Als die bak vol is, legen we die in de kisten op de aanhangwagen. We mogen bijna alles plukken. De verrotte perziken moeten we op de grond gooien en kleine groene perziken moeten we laten hangen. Dat klinkt vrij eenvoudig, maar als we voor de eerste keer gecontroleerd worden, blijkt dat wij de helft hebben laten hangen en moeten we overnieuw.
Als wij onze kisten vol hebben, moeten wij ze naar het middenpad brengen. Daar kunnen wij ook een nieuwe aanhangwagen met lege kisten halen. Per kist krijgen we 28 dollar! Aan het einde van onze eerste dag hebben we acht kisten gevuld.
Terug in het hostel, waar het dronken koppel inmiddels blijkt te zijn vertrokken en onze kamer lekker is doorgelucht, horen we dat acht kisten op onze eerste dag erg goed is. Ik kom er ook achter dat ik de enige Nederlander ben. Er zijn veel Fransen en Aziaten en een handvol Italianen en Duitsers. Vooral mensen die niet zo heel goed Engels spreken. Ik ben ineens degene die het beste Engels spreekt.
In de avond zit ik met Fransman Remi en de Japanse meiden Ai en Keiko in de tv kamer. Het zijn de enige twee Aziatische meiden die ook een beetje met de Europeanen omgaan. Keiko vraagt waar ik vandaan kom. ‘The Netherlands‘ antwoord ik. Ik krijg een vragend gezicht terug. ‘Holland‘ zeg ik met tegenzin. -‘Is that in Europe?‘ vraagt Keiko. ‘Yes, next to Germany. Between Germany and England‘, verduidelijk ik. Maar nog steeds dat vragende gezicht. Fransman Remi voegt er nog aan toe dat het boven Frankrijk ligt. Maar nog steeds gaat er geen lampje branden. Tien minuten later zegt ze ineens: ‘Amsterdam?
-‘Yes, Amsterdam, that’s where I’m from‘.
Amsterdam, Weed?
-‘Yes, that’s the Netherlands.
Isn’t it dangerous there?
-‘No it’s a perfectly normal and safe country with coffee shops that sell weed.

De volgende dag worden we wederom opgehaald door onze contractor. Van twee Franse collega’s horen we dat zijn naam Servat is. Veel werk heeft hij die dag niet voor ons. Omdat dit deel van de boomgaard klaar is, houden we er al om tien uur mee op. Lukas en ik hebben toch nog vijf kisten gevuld. En dan is het weekend! Zaterdag, de enige vrije dag in de week, staat voor de boeg. Tijd voor een biertje!
Aan de voorkant van het hostel zit een hele groep Fransen te blowen en drinken, die onder invloed van wiet en alcohol nog minder Engels gaan spreken. De Aziaten zijn in geen velden of wegen te bekennen in de buurt van alcohol. Lukas en ik voegen ons daarom bij de Italianen die gezelschap hebben van drie Duitse meiden en dus ook Engels spreken. We luisteren samen naar goede muziek van Powderfinger, Xavier Rudd en natuurlijk naar peaches van The Presidents of the USA: ‘I’m movin’ to the country I’m gonna eat me a lot of peaches….Millions of peaches peaches for me. Millions of peaches peaches for free.’ Later op de avond komt er nog een Koreaan bij ons zitten, die zijn gitaar heeft meegenomen. Samen zingen we liedjes van Bob Marley.
De volgende dag is het 26 januari, Australia Day. De nationale feestdag waarop wordt gevierd dat in 1788 de eerst vloot Sydney bereikte. Kapitein Arthur Phillip eiste toen de kolonie New-South Wales officieel op voor Groot-Brittannië. Lukas en ik gaan met de bus naar Shepparton, de derde stad van Victoria. We bezoeken een internetcafé en daar lees ik dat Australia Day niet geheel zonder controverse is. Voor de Aboriginals is het namelijk een viering van de vernietiging van hun cultuur door het Britse kolonialisme. Ze noemen deze dag dan ook Invasion Day. Als mijn uurtje om is, reken ik af. ‘Six dollars mate!‘ In Sydney kostte een uurtje internetten nog twee dollar. ‘Have a great Australian day mate!’ Ik vind die zes dollar niet zo great, maar ik ben blijkbaar niet meer in de grote stad.

Als we weer aan het werk gaan, worden de dagen zwaarder. De eerste twee dagen was het bewolkt. Nu is het regelmatig boven de dertig graden. Ik heb een lange broek en een longsleeve aan, pet op en 30+ zonnebrandcrème. Toch verbrand ik me nog. Ik ben niet de enige die daar last van heeft want zelfs de perziken boven in de boom zijn sunburned. Ook zijn de handen van Lukas en mij helemaal verrot. Tot voor kort werkten wij allebei op een kantoor, en hadden wij zachte, gave handen. Nu zijn ze veranderd in ruwe werkhanden. Een carrière als handmodel kunnen we nu wel vergeten.
We plukken een dag pruimen, een kleiner fruit maar wel dezelfde prijs voor een kist. Daarna plukken we gele perziken. We mogen alleen de juiste gele perziken plukken. Ik heb ze toen maar niet verteld dat ik een beetje kleurenblind ben. Iedere keer als Bennie langskomt om te controleren zegt hij: ‘Mind the green ones and the little ones, fellaz!’ Aangezien wij per kist en niet per uur worden betaald, trekken wij ons daar niet zo veel van aan. We werken volgens het motto: We worden betaald per kwantiteit, niet kwaliteit en kwantiteit is dus wat ze krijgen. De aanwijzingen van Bennie hebben dan ook niet veel invloed. Hij probeert ons uit te leggen dat hij minder geld krijgt als ze deze kist controleren en er te veel groene en kleine perziken in zitten. Waar Lukas op reageert: ‘Wat kan mij dat nou schelen dat hij geld verliest!’ De volgende keer dat Bennie langs komt vertelt hij dat ons nummer op de kist zit. Mocht onze kist worden gecontroleerd en hij verliest geld dan zou hij ons weten te vinden. De keer dat Bennie erna langskomt zegt hij: ‘These ones are allright fellaz.’ Even later zijn ze weer niet goed. Waarop Lukas zegt: ‘Fruitplukken is zo’n simpel baantje, maar toch kunnen wij niets goed doen.’

Na de perziken, plukken we peren. Deze boomgaard is echter oud en slecht onderhouden. Waardoor het plukken een stuk langzamer gaat. De bomen zijn zeker vijf meter hoog, wat voor gevaarlijke situaties zorgt. Lukas laat de peren in de top zitten. ‘Ik ga niet mijn leven riskeren voor een paar domme peren!’ Het is misschien ook wel verstandig aangezien Lukas al twee keer van de ladder is gevallen. Één keer op de grond en één keer in de kist met perziken.
We raken ondertussen gewoon aan het ritme en de dagen gaan snel voorbij. We staan elke dag tussen vijf en half zes op. Dan worden we door Servat naar de farm gebracht. Op de farm leren we de mensen steeds beter kennen. De grote baas blijkt George te zijn. ‘I lost my fucking lighter in the fucking field, how can I light my fucking cigarette now?’ De Chief van de farm mag graag het woord fucking gebruiken. Hij is een oudere man van rond de zestig. Paardenstaart, cowboyhoed en altijd een overhemd zonder mouwen zodat we zijn tatoeages kunnen zien. De man die voor nieuwe kisten zorgt heet Bart. Een Duitse collega had hem gevraagd of hij ook kinderen had. Hierop antwoordde hij: ‘misschien’. Als hij ze had dan mocht hij ze in ieder geval niet zien. Maar het was wel een aardige gast. Het fruit plukken wordt vooral gedaan door backpackers, maar er werken ook een aantal Australiërs. Onze favoriet is de Radioman, die wij zo noemen vanwege zijn radio die altijd op Star FM staat met de Matt Tato show en locale reclame. Hij werkt al 21 jaar als een fruit plukker en zei dat zijn lichaam nu langzaamaan vermoeid raakte. Ons lichaam is na een week al vermoeid. Dan is er ook nog een koppel dat samenwerkt en vaak ruzie krijgt. Het zijn alcoholisten volgens Servat, volgens de Radioman gebruiken ze niet alleen alcohol. Als ze ruzie hebben hoor je ze hard schreeuwen en dan gaat de vrouw er regelmatig met de auto ervandoor en laat ze de man alleen achter. Tussen twee en vier worden wij elke dag weer naar het hostel teruggebracht door Servat.
Na het werk voltrekken de dagen zich in hetzelfde ritme. We nemen eerst een douche en vervolgens een powernap. Dan naar de IGA supermarkt en dan koken en eten we samen, gevolgd door een toetje met zelf geplukt fruit. Daarna spelen we een spelletje kaart zoals shithead of mau mau (pesten). Om negen uur is het bedtijd.
Aan het einde van de week krijgen we betaald. We krijgen een envelop met ons geld van de eerste week werken, van donderdag tot en met woensdag: 1260 dollar. Dat is dus elk 630 dollar. En dan is het weekend. Wat hadden wij daar naar uitgekeken. Eindelijk rust en bijkomen, even lekker niets doen. En een biertje natuurlijk.

In de week die volgt werken we zeven dagen achter elkaar, totdat er niets meer te plukken valt op de farm van Bennie. Hij regelt voor ons dat we de dag erna op de farm van zijn broer kunnen werken. Hij vertelt ons dat we om half zeven worden opgehaald door een man met een snor en een rode fort.
De man die ons de volgende ochtend ophaalt heeft een Italiaans accent. Hij brengt ons naar de farm waar we peren moeten plukken. Het blijkt de vader van Bennie te zijn. Zijn andere zoon die, zo zouden wij pas een dag later uitvinden Alf heet, zou rond lunchtijd langskomen. ‘You can picke here, no picke the yellow ones, only green ones‘ laat Alf sr. ons weten. Hij laat ons alleen en het is doodstil. Naast ons is er nog slechts één andere plukker. Het is Jullies uit Uganda, die we op de vorige farm ook al hadden ontmoet.
Rond lunchtijd komt Alf langs. ‘How is it going fellaz! Euh…Now who of you speaks the best English?‘ -‘We both speak English..‘ Hij legt ons het één en ander uit en net voordat hij weer verder wil gaan, vraag ik hem nog hoeveel we voor een kist peren krijgen. ‘Oh I don’t know, how much did you got on the other farm, 31,32?’ -‘Something like that yeah‘ antwoord ik. ‘Well, it’s the same shit here, just a different place, yeah same shit, different place.’ En Alf gaat er weer vandoor. Twee uur later komt hij nogmaals langs. ‘Euh…nevermind keep on going.’ We zien hem die dag niet weer.
Alf sr. komt af en toe langs om lege kisten te brengen en de volle weer mee te nemen. Iedere keer als hij een volle kist meeneemt, haalt hij een klein notitieboekje uit zijn broek en zet een streepje achter onze naam. Het is typerend voor de farm waar we nu op werken.
Aan het einde van de tweede dag vraagt Alf ons of wij hem nog even willen helpen aubergines plukken. Dat hadden wij nog nooit gedaan en dus een nieuwe ervaring. De aubergineplant prikt en is laag bij de grond. Niet echt fijn werken dus. Gelukkig is het maar voor een uurtje. Alf helpt mee en we krijgen ieder een kist, goed voor vijfentwintig dollar de man. Het is 16:15 uur en we kunnen terug naar het hostel. Ondertussen betrekt de lucht en dan zegt Alf: ‘It’s gonna rain at a quarter past five.’ -‘How do you know that?‘ vraagt Jullies. Waarop Alf weer antwoordt: ‘God told me, no haha. I’ve got itchy balls, that means it’s gonna rain.’
Alf sr. brengt ons aan het einde van elke dag ook weer naar huis. Hij vertelt dan hoe hij naar Australië is geëmigreerd en wat hij van dit land vindt. ‘Australia is fair country. In Italy you got money, you can get everything. You don’t have money, you nothing. Australia more fair‘ aldus Alf Sr. Lukas en ik vinden dat wij na 3,5 week genoeg hebben verdiend en laten Alf weten dat we weer verder reizen. Nu met 1700 dollar meer op zak.

Advertenties
Geplaatst in Naar Australië | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

3 Vaarwel Sydney, Vaarwel Woodduck Inn

Het nieuwe jaar begint niet met voornemens of dergelijke. Het begint met een dag van bijkomen. Daarna gaan we gewoon weer zo verder zoals wij de laatste dagen van het vorige jaar hadden doorgebracht. Wel maak ik een begin met mijn Engelse cv. Ik had me immers voorgenomen om in het nieuwe jaar te gaan werken. Maar ik maak slechts een begin. Daarna word ik meegenomen naar de William. Het is drie uur en iedereen zit er, en sommigen al even. Ik doe lekker mee en bestel een whisky cola. Tussendoor een jointje in het park, daarna nog een whisky cola en ff snel een cheese sandwich als dinner. Daarna nog een jointje in het park en wij zijn klaar voor Brian Wilson. Het genie van The Beach Boys geeft in Sydney een gratis concert.
Door alle drank en drugs vertrekken we een uur later dan gepland. Als wij in de Domain aankomen is het voorprogramma al bezig. Het is de Australische grootheid Paul Kelly. De Domain is volgepakt met mensen. Allemaal met blauwe neonlichtjes, die gratis zijn uitgedeeld. Met z’n allen zitten we in een cirkel, maar als Brian Wilson tevoorschijn komt kunnen we niet meer blijven zitten. De ene na de andere grote hit komt voorbij en we dansen als idioten met onze blauwe neonlichtjes op de California muziek uit de jaren zestig. Op de manier waarop wij aan het dansen zijn, hadden wij niet misstaan in een videoclip van de Beach Boys of een film over de jaren zestig. Brian Wilson is werkelijk fantastisch. I get around, California girls, I can hear music, Good vibrations en natuurlijk God only knows. Ze komen allemaal voorbij. Maar aan al het goeds komt eens een einde en dat was met Brian Wilson ook het geval.
Desondanks blijven we in hogere sferen. Met Florian, Aoife, Karoline en Hannah pakken we de taxi naar Bondi Beach om daar nog meer stoned te worden. Samen zingen we de liedjes van de Beach Boys. Als de zon opkomt, steken we er nog eentje op en daarna gaan Florian, Aoife en ik terug naar het Woodduck Inn. Brian Wilson speelt nog steeds in ons hoofd: pahdahdadaadadaa! Hannah en Karoline blijven op het strand en vallen daar niet veel later in slaap. In de middag komen ze zo rood als een kreeft weer terug.

Voor velen staat het nieuwe jaar in het teken van het afscheid van Sydney. Iedereen is gebleven voor kerst en oud en nieuw. Daarna is het tijd om verder te reizen. Heather, James en Sam zijn op de eerste dagen van het nieuwe jaar al vertrokken. Elk afscheid gaat uiteraard gepaard met een feestje. Nog één keer samen uit. Dinsdag is het de beurt aan Aoife. Het is ook de laatste avond voor Hannah en Karoline in de World Bar. Iedereen gaat mee en het is een geweldige avond. De volgende ochtend nemen we afscheid van Aoife. Een ochtend later van Hannah en Karoline. Er blijven zo nog maar weinig mensen over van onze originele groep.
Hoewel er steeds meer mensen vertrekken komen er ook nieuwe mensen voor terug. Bovendien is Lukas nog maar net in Australië en samen met Florian doen we eindelijk de dingen die Florian en ik zo lang hebben uitgesteld. Zo maken we een prachtige wandeling van Coogee Beach naar Bondi Beach, bezoeken we The Australian Museum en de Blue Mountains. Met Jessica maak ik een dagtrip naar Canberra. Daar bezoeken we het parlement. Maar de hoofdstad van Australië is nietszeggend en leeg. Wel zit de stad vol met vliegen, die overigens overal in het binnenland schijnen te zijn. Terwijl ik met Jess door de stad loop, zitten er zeker vijftig vliegen op elk van ons. Als we ze weg willen slaan komen ze gewoon terug. Ze proberen in mijn oren, ogen, neus en mond te kruipen. Erg irritante beesten. Ook zie ik mijn eerste kangoeroe! Dood en stinkend langs de kant van de weg. Op de terugweg zie ik gelukkig nog een aantal levende kangoeroes langs de weg springen.
S’avonds is het tijd voor het laatste feestje met Lukas en Florian. De volgende dag vertrekt Lukas naar Melbourne en Florian naar Nieuw Zeeland. Jessica en ik staan s’ochtends vroeg op om afscheid te nemen van Florian. Het is naar om afscheid van hem te nemen. Ik heb alles samen met hem gedaan, straks is hij weg. Ik zal hem missen. Jessica is er ook behoorlijk van ontdaan. In de tv-kamer is Snatch voor de 500ste keer op de tv. Het is misschien ook voor mij tijd om verder te gaan.
Ik ga naar de Botanical Gardens om alles eens te overdenken. Op reis zijn betekent veel mensen ontmoeten en veel vrienden maken, maar ook veel afscheid nemen. Jessica vertrekt binnenkort ook. Ik wil nu ook weg. Ik ben nu 50 dagen in Sydney. Ik heb me uitstekend vermaakt, maar het is nu tijd om Sydney te verlaten. Het Woodduck Inn is niet meer hetzelfde. Veel goede vrienden die ik hier gemaakt heb zijn al weg. Sydney is echter goed voor mij en erg vertrouwd. Maar als ik hier nog langer blijf komt er niets terecht van werken. Daarom koop ik heel impulsief een busticket naar Melbourne.
Als ik weer terugkom in het hostel is het erg fijn om Tom te zien. De Vlaming met de grootste mond. Na oud en nieuw was hij ook een paar dagen in het Woodduck Inn. Ik heb toen erg gelachen met hem. Hij schoffeerde elke vrouw en kwam er mee weg: ‘Hey you dirty slippers, shake your money makers!‘ Na een surftrip van Sydney naar Byron Bay is hij terug. Hij is precies wat ik nu nodig heb. Met Tom wordt er weer veel gelachen. Alles gaat natuurlijk weer over vrouwen en over seks en iedereen wordt in de zeik genomen. Samen gaan we uit in de World Bar. Op jacht naar vrouwen. In een TNT magazine, een gratis blaadje dat in elk hostel ligt, hadden we tien punten gelezen die succes bij vrouwen moest garanderen. Wij bezitten echter geen van die tien punten. We laten ons er niet door weerhouden.
Ik wil op de een of andere manier het gemis van al mijn vrienden compenseren en zoek mijn toevlucht in drank en vrouwen. Een Australische zuster is het eerste slachtoffer en ze kan ontzettend lekker zoenen. Maar ze moet mij helaas al weer veel te snel verlaten omdat haar vrienden weg gaan. Ik raak vervolgens nog meer dronken en zoen nog met een Duitse en een Engelse. Als de DJ rond vier uur I just can’t get enough van Depeche Mode draait, weet ik dat het tijd is om terug naar het Woodduck Inn te gaan met Tom.

Twee dagen later is het tijd voor mijn laatste nacht in Sydney. Tom vertrekt morgen ook en Jessica over twee dagen. Genoeg redenen om nog één keer samen uit te gaan. En dus gaan we met een grote groep naar de World Bar. Eenmaal binnen ga ik met Sean naar buiten, waarschijnlijk omdat hij een sigaretje wil roken. ‘You completely ignored me‘ vertelt hij later. Ik raak aan de praat met een Canadese. Zij stelt mij voor aan haar Zweedse vriendin Ida. Met deze Zweedse schone ga ik even later de dansvloer op en dans ik heel ondeugend. Niet veel later staan we te zoenen. Buiten krijg ik vervolgens van iemand anders roze nagellak op. Ida vraagt aan mij wat het plan is. Ik antwoord haar: ‘I´m a man without a plan‘. Maar omdat het mijn laatste avond in de World Bar is wil ik nog wel even naar binnen om even hallo te zeggen tegen mijn vrienden. Maar daar komt niet veel van terecht. Ik ben te veel bezig met Ida.
Niet veel later staan we buiten en lopen we in de richting van mijn hostel. ‘So where are we going?’ vraagt Ida. -‘My hostel is at the end of this road’ antwoord ik. ‘So that’s where we’re gonna have sex then? But you sleep on a… six bed dorm.’ –’Yep, a six bed dorm, not such a good idea ey. We’ll find something. There is a lovecouch on the balcony.’ Niet veel later lig ik met een condoom in mijn broekzak op de lovecouch met Ida. Hevig zoenend en mijn hand langzaam haar benen aan het strelen. Plotseling staat Olijfje op het balkon. Ida sluit haar benen en houdt op met zoenen. Olijfje gaat haar kamer binnen en we gaan weer verder. Nog geen vijf minuten later staat ze wederom op het balkon. ‘I don’t think it’s such a good idea, having sex over here’ zegt Ida. ‘Let´s go to the park then‘ antwoord ik. Van Emily had ik gehoord dat ze een aantal dagen geleden daar ook seks had gehad. Ze was wel in haar billen gebeten door een insect en dus neem ik ook een strandlaken mee. Nu nog een goede plek vinden in het park. Het bankje, nee te open. Even verderop ligt een zwerver. Tussen de bomen? Nee te dicht bij de weg. ‘Are we that desperate to have sex?’ vraagt Ida. ‘We just have to be a bit creative, that’s all. We are backpackers’ antwoord ik heel erg desperate.
We vinden een plekje, in de struiken, die voor Ida goed genoeg is. Al snel gaat haar legging uit. Daarna ook mijn broek. Gehijg, gekreun en nagels in mijn rug. Mijn voeten woelen in het zand en wij hebben seks in de struiken van het Hyde park.
Naderhand moeten we er beiden erg om lachen. Hebben we echt seks gehad in het park? Tussen de struiken en zwervers. Jah, het was echt waar. In onze kleren zitten overal bladeren. Als ik Ida naar huis loop, vinden we ze overal. Ik zet haar bij haar deur af en loop met een enorme grijns terug naar het hostel. Daar kom ik Sean en Jessica tegen. Die schieten gelijk in de lach. Die grijns van mij zegt genoeg.
De volgende ochtend word ik vroeg wakker en kan ik mijn grijns nog steeds niet verbergen. Als John Travolta in Saterday Night Fever loop ik die ochtend door Sydney. Het is een mooie laatste avond in de World Bar geweest. En een memorabele laatste 53e nacht in het Woodduck Inn. Maar vandaag neem ook ik afscheid van Sydney. Voor de laatste keer drink ik met Jessica een Amarola (Amaretto met cola) in de William. Ik neem afscheid van Cindy en haar Woodduck Inn. En van Cloe, Emily, Marjolein, Tom, Aada, Sean en natuurlijk van Jessica. De tranen vloeien hevig bij haar. Ik stap in de taxi naar het busstation. Daar stap ik even later op de bus naar Melbourne.
In de bus zit ik alleen, helemaal alleen. Ik heb er nu al spijt van dat ik Sydney verlaat. Ik kan wel janken. Dan belt Jessica. ‘I just want to say that I really like Amarola.’ -‘Did you finish our bottle of amaretto?’ ‘Jah’ -‘Sind sie ein bischen betrunken?’ ‘Jah sehr betrunken’. -‘Goodbye Jessica’. Goodbye Sydney..

Geplaatst in Naar Australië | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

2 Xmas and New Year’s Eve

The bar is open, guys the bar is open, Aoifa the bar is open!‘ Het is even na achten, 23 december, de xmasbarbie is geopend. Florian is helemaal enthousiast en staat als eerste in de rij. Hij krijgt een bord eten en bestelt een whisky cola. Hij gaat vervolgens helemaal alleen aan een tafel zitten en is optimaal gelukkig in zijn eigen wereld. Florian heeft eten. Er zijn momenten dat je weinig nodig hebt om optimaal gelukkig te zijn. Op dit moment is een bord eten alles wat Florian nodig heeft.
Twee uur eerder waren Jessica, Emily, Aoifa, Florian en ik in het hostel aangekomen. We waren moe maar voldaan van een dagje shoppen bij Paddy’s market, Coles en natuurlijk Liquorland. Het vooruitzicht van een cheese sandwich deed ons goed. In het hostel wachtte ons echter een onaangename verrassing: Kitchen closed from 17:30 – 20.00. Chef kok Gaz heeft zich de keuken toegeëigend om het eten voor de barbie voor te bereiden. Dan maar de vier liter box rode wijn openen die Aoifa, Florian, Emily en ik hebben gekocht.
Begrijpelijkerwijs zijn wij met onze lege maag al snel dronken. Het is dan ook erg fijn om wat te eten om acht uur. Niet alleen de barbie is geopend, maar zoals Florian al zei, ook de bar, en daar schenken ze echte drank: GEEN GOON. De Whisky cola gaat er vervolgens lekker in. We blijven dus lekker zat. Als het vlees op is begint Secret Santa. Met z’n allen hadden we in het hostel lootjes getrokken en voor elkaar cadeautjes gekocht. Ik krijg een boekje over Mr. Tall.
De avond blijft heel erg gezellig. De drank raakt wel op, maar iedereen heeft zijn eigen wijn of bier. Sean heeft stiekem een halve fles wodka achterover gedrukt. Met Jessica en mij houdt hij een privé picknick. Nu kan ik achteraf zeggen dat dit misschien niet zo verstandig was. Niet veel later gaat er een meid op mijn schoot zitten en stopt haar tong in mijn mond. Ik ben ook zat en zoen lekker mee. Vervolgens valt ze achterover en zegt ze: ‘I’m so horny, I wanna have sex with you‘. Ze is zeker knap, maar ook erg onnozel. Daarom hadden wij haar de bijnaam Olijfje (van Popeye) gegeven. Ze is nu zo zat, dat ze nu nog minder kan functioneren. Ik wil daar niets mee te maken hebben. Ik vertel haar dat ze maar beter naar bed kan gaan en maak me met het schaamrood op de kaken uit de voeten.
Heather komt even later ook weer terug van een feest in Bondi. Ze heeft alles gemist en wil alles horen van Jessica en mij. Sommige dingen wil je liever niet dat iedereen ze weet. ‘Come on Kees. We are friends, you can tell friends everything‘ zegt Heather. We kennen elkaar nog geen maand, maar het voelt wel zo. Dus nadat Jessica haar beschamende momenten van de avond heeft verteld, moet ik er ook aan geloven.
De rode wijn gaat daarna niet zo lekker meer naar binnen, het is beter de avond af te sluiten. Samen met Heather en Jessica strompel ik de trap af naar beneden. Heather verliezen we ergens op onze weg. Jess en ik gaan naar mijn dorm om mijn roomie Roos wakker te maken. Elke avond als Roos dronken is, gaat ze, als ik lekker lig te slapen, met mij praten. Het was nu dus payback time. Ik probeer de ventilator aan te krijgen maar dat lukt niet. Dus besluiten we maar te blazen. Niet veel later kom ik erachter dat de stekker er niet in zit en met veel moeite krijg ik die erin. Jessica was intussen op mijn bed in slaap gevallen. Daar ben ik maar naast gaan liggen en zo val ik in slaap.

Om zes uur word ik wakker. Ik lig alleen in bed en heb het ijskoud omdat er een ventilator op mij is gericht. Nee, dat was geen fijne manier om wakker te worden. Het kon nog erger, zo hoor ik later van Florian. ‘Florian, I have to puke‘ zegt Olijfje terwijl ze haar hoofd naar beneden doet. Florian antwoordt: ‘Go to the toilet then’. -‘No! I have to puke now‘ antwoordt Olijfje. Florian pakt de prullenbak en houdt hem boven zijn hoofd bij het stapelbed boven hem. Blaaaaaahhhhhhhh. ‘Now take this with you and get out! Go and clean it!‘ zegt Florian chagrijnig. Hij gaat naar boven en zet een kop thee. Komt Olijfje er weer aan: ‘Florian, what should I do with it?
Om twee uur gaan Florian en ik naar de William. We bestellen onze eerste wodka cola: ‘To the first of the dayz.‘ Dit valt niet zo goed en ik laat het bij deze eerste. Met Jessica en Cloe ga ik dan maar naar de Botanical Gardens. Ik schaam me een beetje voor gister. ‘Kees,  you shouldn’t be ashamed of yourself‘ zegt Cloe. ‘You were just really drunk, and then these things happen.’ Ik besluit vandaag maar even geen alcohol meer te drinken. Bij terugkomst in het hostel is iedereen al zo zat als een aap. Aoifa zit al vanaf twaalf uur aan de bier en Florian is ook niet gestopt na die ene wodka cola.
Het is Christmas Eve en nuchter vind ik het erg leuk om Karoline, Hannah, Aoifa en Florian helemaal zat te zien. Aoifa: ‘Yank, I’m absolutely plastered, you don’t mind touching your ear do you? I just like to touch your ear.‘ Florian: ‘Kees you just got the right length to hug me, come on.‘ Hannah: ‘Sie sind die bestem am welt, ihr treie: Kees, Aoifa und Florian.‘ Karoline: ‘Kees, ich bin ein bischen betrunken. Auf jeden jah.‘ -‘Auf gar keinsten‘antwoord ik. Om twaalf uur wens ik iedereen een merry Christmas en dan ga ik op bed.

Helemaal fit word ik de volgende dag wakker. Florian zit al op de bank boven. Hij had maar twee uurtjes geslapen en ziet er beroerd uit. ‘Whisky coke downstairs?‘ zeg ik tegen hem. -‘Is that place already open?’ ‘I’m joking Florian.’ -‘Don’t joke with me mate, I’m dead serious.’ ‘Let’s get some brekky first.‘ Het is nog geen elf uur of de flessen whisky, wijn en bier komen al te voorschijn. Liam Gallagher zingt: These could be the best days of our lives. But I don’t think we’ve been living very wise. Oh no, no, no.
Het is kerst en dik dertig graden. Een beetje vreemde combinatie, maar na jaren een regenachtige kerst een aangename verandering. Om half twaalf wordt Karoline wakker gemaakt met een flesje bier, ze drinkt daarna twee glazen water en haalt haar vier liter box goon tevoorschijn. Hannah is zo verstandig om eerst een ontbijt te nemen. Om twaalf uur besluit ik mijn box ook te openen, niet veel later krijg ik mijn eerste dropshot voor de kiezen. Om half twee gaan we met onze gids Timo naar de Botanical Gardens om daar een christmas picknick te houden. Timo zoekt een plekje met uitzicht op ‘the Harbour House and the Opera Bridge‘.
Voor de voorbijgangers zingen we: Weeeeee wish you a merry xmas, we wish you a merry xmas and a happy new year, good tidings we bring to you and your king, we wish you a merry xmas and a happy new year..heeeehoooo. Het is het enige nummer dat we zingen. Meer nummers hebben we ook niet nodig. We hebben onze drank en iedereen heeft wat eten meegenomen, dat we met elkaar delen. Wat een kerstgevoel! Kerst is de tijd die je besteed met hen die het dichtst bij je staan, die je het meest lief hebt. Het is de tijd dat een reiziger het meeste heimwee krijgt. Maar kerst is ook erg cliché en elk jaar hetzelfde. Ik moet zeggen dat dit een geweldige manier is om kerst te vieren.
Onze kerst blijft lang gezellig in het park. Over and over blijven we hetzelfde nummer zingen. Aoifa is wederom zat en gaat weer Iers praten maar wederom is er niemand om terug te praten. Dan maar het Nederlands proberen: ‘Ich bin ein koelkast, godverdomme, tafel, stoel, kleedje’. Of Duits: ‘Ich muss rauchen und trinken wo ist das bierhaus‘. Rond een uur of zes of zeven gaan we al waggelend terug naar het hostel om op het dakterras ons kerstfeest verder voort te zetten. Daar blijft het nog lang onrustig en erg gezellig. De vermoeidheid begint er echter ook wel in te slaan. Dit is al weer de derde dag en vandaag zaten we al weer twaalf uur lang te drinken. Voor velen is het rond twaalf uur ’s nachts dan ook genoeg.

Boxing day, dat is tweede kerstdag, is voor ons een alcoholloze dag. Velen verklaren niets meer te drinken tot Nieuwjaar. Een dag later zit iedereen al weer aan de drank. ‘I’ve already cooked my dinner’ zegt Florian. ‘So I can get completely smashfaced, I only have to put it in the microwave’. Op het strand van Manly Beach komen we op een van de laatste dagen van het jaar bij van nachten te weinig slaap en laden wij ons op om het jaar met een knaller uit te gaan.
Want iedereen komt naar Sydney om het legendarische vuurwerk rond het Opera House en de Harbour Bridge te zien.De prijzen schieten omhoog en elk hostel zit propvol. In ons hostel slapen er zelfs mensen op de grond en daar betalen ze dan ook nog de hoofdprijs voor. De stad is op 31 december stampvol. Iedereen wil hier nu zijn.
Ik wil dat vuurwerk ook zien. Ik ben echter niet de enige. Om een goede plek te vinden moeten we dus vroeg vertrekken. Al voor tien uur s’ochtends vertrekken we uit ons hostel. Alles om een goede plek te bemachtigen, zodat wij het vuurwerk, dat pas veertien uur later wordt afgestoken, goed kunnen zien. Florian’s goede vriend Lukas komt vandaag uit Duitsland en hij heeft met zijn Jetleg een mooie dag voor de boeg. Om half elf gaan we met de boot naar Bradley’s Head. Een nationaal park aan de noordzijde van de Sydney Harbour met uitzicht op de Harbour Bridge en het Opera House. Een prachtige locatie, maar al snel heet in de brandende zon. Met veel drank geen goede combinatie. Regelmatig nemen wij een verkoelende oudejaarsduik in het water. Maar de zon blijft die dag erg fel en is slopend.
Het duurt erg lang voordat het twaalf uur is. Rond een uur of tien liggen er tot deceptie van de Finse Aada, die speciaal voor het New Years spektakel is teruggekeerd naar Sydney, al veel mensen te slapen. Aada’s jaar in Australië zit er al bijna op. Ze heeft alle staten gezien en ze vertelt me dat het mooiste gebied van Australië de Kimberley is. Als ik de kans krijg moet ik daar zeker heen gaan.
Iets voor twaalven wordt iedereen weer wakker. Op de Harbour Bridge wordt een grote klok geprojecteerd en vanaf tien begint iedereen luidkeels af te tellen: ten, nine, eight, seven, six, five, four, three, two one; HAPPY NEW YEAR!!! Vervolgens veel ohs en ahs en stille kippenvel momenten. Het vuurwerk in Sydney is prachtig.
We wensen elkaar een gelukkig Nieuwjaar in onze eigen taal. Als het vuurwerk voorbij is worden we verzocht het terrein te verlaten en naar huis te gaan. En zo eindigt het oud en nieuw feest na haar lange opbouw toch wel vrij abrupt. Pas drie uur later komen we weer in ons hostel aan.

Geplaatst in Naar Australië | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

henkleutscher is niet meer onderweg

henkleutscher is weer terug in leeuwarden. Hij schrijft nog steeds. Nu niet meer live onderweg, maar vanuit leeuwarden. De verhalen gaan nog steeds over onderweg zijn.

Henk

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Geplaatst in Onderweg | 1 reactie

1 The Woodduck Inn

In Sydney begint mijn jaar in Australië. Ik had acht maanden gewerkt om geld te sparen. Maar eigenlijk geen idee wat ik moest verwachten. Australië was een doel. Een manier om weg te komen. Maar dit jaar zou mijn leven compleet op zijn kop zetten en niets zou meer hetzelfde zijn. Maar dat ligt nog allemaal voor mij als ik in Sydney aankom. Op het vliegveld krijg ik mijn visum in mijn paspoort geplakt en word ik voor het eerst als mate aangesproken. Een half uur later zit ik in een busje naar het hostel. Ik word opgehaald door een Nederlandse jongen, die mij gelijk de stad een beetje laat zien. Hij vraagt mij wat mijn plannen voor Australië zijn. ‘Geen flauw idee’ antwoord ik. ‘Ik heb een visum voor een jaar, dus voldoende tijd om dat uit te zoeken’. -‘Toen ik naar Australië kwam, had ik ook geen enkel plan’ antwoordt hij.’Inmiddels ben ik bezig om hier permanent te blijven’. Niet veel later zet hij mij af bij het Woodduck Inn, mijn hostel in Sydney.
Mijn Australisch avontuur kan beginnen. Ik heb geen enkel plan wat ik wil doen, maar wel geld om de komende tijd door te komen. Ik ben vrij en nergens meer aan gebonden. Mijn vrienden en familie heb ik achtergelaten. Mijn huis en baan opgezegd. Alles wat ik nodig heb, zit in mijn 16 kilo zware rugzak. Voor mij ligt een avontuur. Het kan alle kanten op en ik sta voor alles open. Ik besluit mijzelf één regel op te leggen en dat is Nederlanders zoveel mogelijk proberen te ontwijken. Ik vlieg namelijk niet naar de andere kant van de wereld om Nederlanders op te zoeken. Dat kan in Nederland ook wel. Nee, ik wil nieuwe mensen ontmoeten en op plekken komen waar ik anders nooit zou komen.
Ik maak die eerste dag een wandeling door Sydney. Het verkeer rijdt links. Maar gelukkig staat er bij elke overgang met grote letters: LOOK RIGHT. Ik pin voor het eerst Australisch geld. Grote blauwe, roze en gele biljetten komen uit de muur, die mij doen denken aan monopolygeld  Ik ga naar de supermarkt Coles, waar ik door de Indiër achter de kassa wordt gevraagd: ‘Hi, how are you?’ Moet ik daar op antwoorden? vraag ik me af. Al zwetend zoek ik in de Botanical Garden een schaduwrijk plekje. In de Bijbel (lees: de Lonely Planet) lees ik, dat je lichaam twee weken nodig heeft om te acclimatiseren! Tegen de avond ga ik naar Hotel William om wat te eten. Ondanks zijn naam worden er geen kamers verhuurd. Het is slechts een bar met een achterkamertje vol gokkasten. Later zou ik er achter komen dat in Australië op elke hoek een hotel zit dat slechts een bar is. Gokkasten hebben ze ook allemaal. Laat maak ik het niet. Mijn Jetleg kickt in en dus zoek ik al vroeg mijn bed op. Op mijn dorm, die ik deel met een Ier, een Duitser en een Engelsman, vraag ik nog even wat ik tegen zo’n caissière terug moet zeggen. ‘Good thanks’ was voldoende aldus de Ier. Als ik de volgende ochtend wakker word, ben ik lek gestoken door de muggen. Maar het deert mij niet, want ik word wakker in Australië.
De eerste dagen is alles nieuw en onwennig en steeds maar weer je voorstellen en vrienden proberen te maken. Want alleen is ook maar alleen. In Nederland had ik alles, hier ben ik alleen en moet ik alles weer opnieuw opbouwen. Ik stel mij iedere keer voor als Kees from Fryslan. Dit om mij maar te distantiëren van de vele Nederlanders die zich in dit hostel bevinden. ‘From where?’ -‘From Fryslan. That’s in the north of the Netherlands. ‘Ah, from Holland!’ -‘No, from the Netherlands. I’m from Fryslan which is a part of the Netherlands, just like Holland. Holland is no country, just a province’. Ook mijn naam is natuurlijk niet uit te spreken voor iedereen die niet Nederlands is. Dan vertel ik het verhaal over de Yankees altijd. Iedereen kent immers het woord Yanks of Yankees. Synoniem voor New-Yorkers of Amerikanen. De oorsprong van dit woord gaat terug naar de tijd dat New-York nog een Nederlandse kolonie was; Nieuw-Amsterdam. Vanwege de vele Nederlanders met typische Nederlandse namen als Jan en Kees of dubbele naam Jan-Kees werden ze al snel Yankees genoemd. Gevolg van dit hele verhaal was dat ik vervolgens als Yank, Yankee of Kies te boek stond. Kees was voor velen te moeilijk om uit te spreken.
Een week later heb ik alle formaliteiten geregeld. Ik heb een Australische bankrekening, een medicare pas, een tax file number, een Australische telefoon en in On the Road een Engelstalig boek. Na de eerste wat onwennige dagen voel ik mij ondertussen steeds meer op mijn gemak. Ik ben erin geslaagd de Nederlandse kliek te ontwijken en heb mij genesteld in een internationaal gezelschap. Die ik op dit moment beschouw als mijn familie en het Woodduck Inn is mijn thuis.
Mijn vriendenkring of familie bestaat uit de Engelsen James en Sam uit Sheffield, Sean uit Manchester, Jessica uit Ipswich en Emily en Cloe uit Londen. De Ierse Aoife (dat je uitspreekt als Eva) en Heather uit Cornwell en de Duitsers Karoline en Hannah uit Hamburg en mijn beste vriend is Florian uit Krefeld.
Na een week heb ik besloten om hier in ieder geval tot en met oud en nieuw te blijven. Want daarvoor blijkt iedereen hier te zitten. Voor het zover is, duurt het nog een dikke drie week. Ik heb mij ondertussen gewoon gemaakt aan het relaxte leven van een backpacker en ben van plan de tijd tot oud en nieuw ook zo door te brengen. Ik zou langzamerhand eens naar werk moeten kijken maar dat heeft ook geen haast.
Mijn dagen beginnen met een ontbijt, dat voor half tien gratis is. Tijdens dit ontbijt is het zaak contact te leggen met anderen en vragen wat hun plannen voor vandaag zijn. Mijn antwoord op die vraag is vaak: ‘Don’t Know..’ De meeste van mijn vrienden werken overdag. Florian echter niet omdat hij een hele grote bankrekening heeft. Zijn antwoord op de vraag wat hij vandaag gaat doen is ook meestal: ‘Don’t know..‘ Hij zit hier al bijna drie maanden en heeft slechts een paar dagen gewerkt. Als ik van iemand het hostelleven kan leren is hij het wel. We kunnen het bovendien erg goed met elkaar vinden en trekken dan ook vaak met elkaar op. Omdat we allebei niet echt iets moeten doen, chillaxen we meestal op het dakterras of in de tv-kamer. We luisteren dan muziek of lezen in ons boek. Daarnaast bezoeken we samen supermarkt Coles, Liqorland, internetcafé Bluetooth of Paddy’s Market.
Om af en toe ook nog wat actiefs te doen loop ik met Florian mee naar het postkantoor. Daar wil hij een doos kopen om wat spullen naar huis te sturen. Florian is een goede looppartner. Met zijn 1.97m is hij slechts één cm korter dan mij. Wij hebben dus dezelfde pas. We nemen de toeristische route en lopen door de Botanical Gardens, langs Circular Quay en om The Rocks heen. Twee uur later zijn we bij het postkantoor. Zegt Florian: ‘Nah it’s too crowded, I’ll go there some other time‘.
Natuurlijk zijn er ook wel bezienswaardigheden in Sydney, maar Florian wil die plekken graag bezoeken met zijn vriend Lukas, die rond de jaarwisseling komt. Maar als er andere hostelgasten zijn die ons vragen of wij mee willen naar de Botanical Gardens of Bondi Beach (spreek je uit als Bond-eye) zijn wij de beroerdste ook niet.
De dagen gaan ondertussen erg snel voorbij en ik vermaak me erg goed in Sydney. Het enige wat vervelend blijft zijn de beten. Ze jeuken enorm en de afgelopen dagen heb ik daardoor erg slecht geslapen. Mijn nieuwe Nederlandse roomies hebben er ook last van. Met z’n drieën laten we onze beten maandag aan de Belgische hostess Cindy en de Nederlandse receptionist Timo zien. Die zien het gelijk; Bedbugs. Het zijn dus geen beten van muggen maar van bedbugs! De bedbugs laten een spoor van beten achter. Vaak drie beten bij elkaar, die breakfast, lunch and dinner genoemd worden. Nog dezelfde dag wordt onze kamer gedesinfecteerd en we moeten onze kleren wassen in warm water. Daarna is het gelukkig gedaan met de bedbugs en kan ik weer rustig slapen.

s’Avonds komen onze vrienden terug van hun werk en maken we thee voor elkaar, de Engelsen met melk en ik zonder melk en met suiker. We praten over de boeken die we lezen of net gelezen hebben, zoals Goethe’s Faust. Over hoe goed het nieuwe Radiohead album In Rainbows wel niet is. Florian’s afkeer tegen Starbucks en onze gezamenlijke liefde voor de Beatles. Met de nodige alcoholische versnaperingen wordt het vaak erg gezellig. Sterke drank is hier erg prijzig en wij zijn wel backpackers en leven dus op een budget. We drinken dus bier. Of goon, dat is het goedkoopste en meest gedronken alcohol. Goon is Australische slang voor wijn in een kartonnen doos. Ik dacht dat het gewone wijn was, dat staat immers ook op de doos. Voor twaalf dollar koop je hier een pak van vier liter. Pas nadat ik enkele glazen goon heb gedronken, word ik er door Jessica op gewezen dat deze wijn is gemaakt met vis, melk en eieren. Nee, het smaakt niet zo slecht als het klinkt, maar echt lekker is het ook niet. Om de smaak wat te verbeteren doen we er soms wat 7up of lemonade door heen. Goon is drinkbaar en goedkoop. Ook is het een garantie voor hoofdpijn, zo zou ik de volgende morgen ondervinden.
Een beetje aangeschoten van de goon ga ik uit met Jessica, Karoline en Hannah. We lopen William street omhoog richting Kings Cross en passeren een hele rij hoeren, die allen travestieten schenen te zijn, om aan de Bayswater Road ‘Zee World Bar’ (aldus zee German Karoline) te vinden. Het zou de eerste van vele legendarische avonden worden in ‘Zee World Bar’. Donderdag werd het begin van de week, want op donderdag draaien ze Indie muziek in de World Bar. Dit is de muziek waarop wij uit willen gaan. Bovendien verkopen ze cocktails die namen van bands dragen en worden geschonken in theepotten. De theepot Pink Floyd werd een vaste prik. Nooit zou ik meer een Indie nacht op donderdag missen in de World Bar. En altijd werd de avond afgesloten met All these things I’ve done van The Killers, het werd ons lijflied.
Als de lichten na The Killers ergens tussen vier en vijf uur aan gaan, is Jessica al thuis. Hannah en Karoline willen nog wat blowen, maar hebben geen wiet. Een straatmuzikant had hen twee dagen geleden een joint aangeboden als dank dat ze voor hem dansten en hem gezelschap hielden. De muzikant is er weer en ze proberen het trucje nogmaals. Ik ga even verder op de stoeprand zitten en aanschouw het volk dat uit de vele stripclubs komt. Hannah en Karoline hebben deze keer minder geluk en besluiten even later maar wietloos naar het hostel terug te lopen. Onderweg komen we nog een dronken Aussie tegen. ‘Where are ya from’ vraagt de Aussie.
-‘We are from germanica’
antwoordt Karoline.
‘Don’t know that, where is that?’
-‘It is in Europe, somewhere between Sweden en Spain.’
You speak spanish?’
-‘No we don’t’
De Aussie begrijpt er niets meer van.

Vrijdag vraagt Cindy aan iedereen of wij naar een feest in Darling Harbour willen. Om gratis naar binnen te kunnen, moeten wij ons opgeven bij haar. Als ik zie dat de hele Nederlandse kliek zich ook heeft opgegeven, besluit ik te passen. Later kom ik erachter dat mijn nieuwe vrienden ook allemaal op de lijst staan. Bijna allemaal, want Karoline blijkt ook niet op de lijst te staan. Terwijl de rest van het hostel aan het feesten is in Darling Harbour, zitten wij lekker op het dakterras.
Rond twaalf uur komt Aoife terug van het kerstfeest op haar werk. She was absolutely hammered. Ze valt niet veel later op mijn schouder in slaap. Een half uur later komt James terug van het feest in Darling Harbour: ‘It was just not my cup of tea.’ Ze draaiden trance en hiphop. Karoline had de hele avond naast me op de bank gezeten en tevergeefs een vriendin proberen te bereiken. Uiteindelijk besluit ze maar zonder haar naar een feestje te gaan. Niet veel later komen ook de anderen terug van het feest in Darling Harbour. They were just not havin’ it. Rond een uur of twee wordt Aoife ook wakker. Met een nat-gekwijlde schouder help ik haar overeind. Ze kan amper staan, laat staan lopen. Florian brengt haar naar haar dorm. Rond half vier komt ook Karoline terug. She was talking absolute jiberish. Ze is niet in staat om te zeggen waar ze is geweest of wat ze heeft gehad. Sam vraagt vervolgens of ze dit wel in het Spaans kan uitleggen. Het floept er zo maar uit en het klinkt heel overtuigend, maar geen van ons spreekt Spaans. Later horen we van haar dat ze sterke drank, wiet en paddo’s had gehad op een feestje. Geen wonder dat ze jiberish sprak.
Zaterdag staat er een lesbisch feest op het programma. Onze nightmanager Marjolein is lesbisch en ze is de hele week al bezig om iedereen te verleiden om met haar mee te gaan naar dit feest. Uiteindelijk krijgt ze een aantal meiden zover. Echter niet voordat ze het advies krijgen om er zo hetero mogelijk uit te zien. Marjolein vraagt Sam en mij ook. Waarop Sam antwoordt: ‘Dan heb ik nog minder kans dan ik normaal al heb.’ Maar onder het vooruitzicht van zes single hetero dames op een feest vol lesbische vrouwen zijn we toch maar mee gegaan.
Het feest is vlakbij King Cross which attracts an odd mix of highlife, lowlife, tourists and suburbanities looking for cheap services and an adrenaline charged party scene, aldus de bijbel. Ik heb nog nooit zoveel vreemde lui bij elkaar gezien, of zoveel homo’s. Het lesbische feest is in een bar vol met zoenende vrouwen, die met hun korte haar en Tank-tops allemaal proberen er zo mannelijk mogelijk uit te zien. Twee lesbische vrouwen aan het werk is een natte droom van elke hetero man, maar dat is dit absoluut niet. Ik voel me erg out of place. De meiden vinden dat ik niet moet zeuren, want ik heb niets te vrezen. Hoewel wij volgens onze lesbische vriendin een echt hetero groepje vormen, worden onze dames af en toe behoorlijk gecheckt door de lesbische vrouwen. Dit tot genoegen van Sam en mij.
Zondag is een rustdag, ook voor ons. We gaan met z’n allen naar het gratis Museum of Contemporary Art. We lopen door The Rocks en bezoeken een Iers cadeauwinkeltje waar we wat scones en Irish coffee and tea nuttigen. Ik ben hier nu bijna twee weken en ik vermaak me uitstekend in mijn internationale gezelschap. De hele dag een beetje lezen in de schaduw van de mooiste parken en alles op een laag pitje. Niets moet, alles mag. Ik heb besloten om mij pas na de jaarwisseling druk te gaan maken over werk. Het is niet dat ik niets doe, zoals Florian vandaag tegen mij zei: ‘You’re learning English every day.’

Naarmate kerst en de jaarwisseling dichterbij komen, stoppen steeds meer mensen met werken. De alcoholconsumptie neemt toe en het wordt steeds gezelliger. Florian en ik gaan aan de echte wijn. Geen wijn die is gemaakt met vis, melk en eieren. We kopen de duurste twee liter box rode wijn. Uiteraard just for the taste. Want zoals Florian het verwoordt: ‘We don’t want to be complete shitfaced, we just want a wine for the taste’. Maar for the taste raken we bijna elke avond shitfaced. We hebben een barbie hier en een barbie daar, zien Into the wild op cheap Tuesday in de bios, bezoeken een cocktailparty in het Shangri-la Hotel, gaan naar de Three Wise Monkeys en drinken een heleboel Pink Floyd theepotten in Zee World Bar. Bijkomen van al dit gefeest doe ik in de Botanical Gardens. Daar laad ik mij op voor kerst en luister ik op mijn mp3 speler naar Coparck’s Try something else: ‘This is the best I’ll ever be, Now really? Don’t you think of ever trying something else?…. I’m never gonna get bored with this place.’ Wat een leven.

Geplaatst in Naar Australië | Tags: , , , , , | 5 reacties

0 Naar Australië

Als ik wakker word, hoor ik vrouwen op de achtergrond hevig kreunen. Ik heb die eerste seconden, nadat ik mijn ogen open doe geen idee waar ik ben. Ik lig op een klein bed, mijn voeten steken eruit. Naast mij staat een TV uit de jaren tachtig. Ik sta op en loop door de kleine kamer naar het raam. Ik zie niets dan de volgende flat. Dan weet ik het weer: Ik ben in Hongkong.
Een dag eerder ben ik uit Amsterdam vertrokken. ‘Tot volgend jaar’ zeg ik tegen mijn ouders en loop vervolgens langs de douane, de terminal binnen. In de terminal kijk ik nog eenmaal om naar mijn ouders. Als ik even later weer langs dit punt loop, zijn mijn ouders weg. Ik ben nu echt alleen. Ik laat alles en iedereen achter in het veilige, vertrouwde Nederland om een jaar naar Australië te gaan. Daar heb ik een Working Holiday Visum aangevraagd die een jaar geldig is.
Om 13.45 uur vertrekt mijn vliegtuig uit Amsterdam. Na een vlekkeloze vlucht van elf uur is het 00.45 uur op mijn horloge als het vliegtuig landt in Hongkong. De piloot vertelt dat het nu 7.45 uur is in Hongkong. Ik kan mijn wijzers dus zeven uur vooruit zetten. Mijn hele nacht is verdwenen.
Met de bus ga ik naar mijn hotel; het Lee Garden Guesthouse. De receptie is op de achtste etage. Met mijn bepakking loop ik de trappen omhoog. Op de receptie word ik vol verbazing verwelkomt. ‘Oohh, It’s a Giant!‘ zegt de receptioniste. ‘You twice as tall as me‘. De dames hebben de grootste lol. Ik wil echter zo snel mogelijk naar mijn bed. Mijn kamer is op de vierde etage. Wederom kan ik traplopen.
Op de vierde etage loop ik door een deuropening en dan kom ik in een hal terecht. Er zijn vier deuren, twee staan open. Achter de openstaande deuren is alles rood verlicht. Door de deuropening zie ik een schaars geklede dame staan. ‘In wat voor een louche bedoeling ben ik nu weer terecht gekomen’ denk ik. Ik loop door en open de andere deur, waarachter de kamers van het guesthouse zich bevinden. Doodop ben ik op mijn kamer gelijk in slaap gevallen.
Als de dames van lichte zeden mij ’s middags hebben gewekt, ga ik HongKong nog even in. Zonder plattegrond of reisgids proef ik de sfeer. En dan zie ik Bamboe steigers,  schoolkinderen in uniform en reis in ijskoude bussen. Ik word lastig gevallen door Indiërs die mij op elke hoek een pak of goedkoop horloge willen aansmeren en ik krijg veel folders aangeboden van vrouwen die mij een massage willen geven. Maar ik zie vooral een heleboel kleine Chinezen en hele hoge flats. Veel krijg ik er niet van mee. Ik vertrek nog diezelfde dag, net voor twaalven, naar Australië. Negen uur later en drie tijdzones verder land ik in Sydney.

Geplaatst in Naar Australië | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Ältestes bewahrt mit treue freundlich aufgefasstes neue

Ik ben blij als we Praag weer uitrijden richting de Duitse grens. Hoe dichter we bij deze grens komen hoe vaker we straatprostituees langs de kant van de weg zien. Vooral bij de stad Ústí nad Labem is het een grote etalage van straatprostituees. Rici en ik rijden door en kamperen in Saksisch Zwitserland op de grens van Tsjechië en Duitsland.
De volgende dag rijden we door naar Dresden. De stad die door haar dood beroemder werd dan ooit in haar leven. Dresden werd ooit gezien als het Florence aan de Elbe. Op 13 februari 1945 werd de stad compleet verwoest door bombardementen van de geallieerden. De beelden van totale verwoesting zijn vooral door de verfilming van Kurt Vonnegut’s klassieker Slaugterhouse 5 bekend geworden. Ik heb de film van te voren bekeken. Grappig detail aan de film is dat beelden van Praag werden gebruikt om te laten zien hoe Dresden er voor de oorlog bij lag. De stad die ik altijd zo graag weer verlaat is natuurlijk een prachtige stad. Alleen in de zomer is het er te druk. Omdat Rici nog nooit in Praag was geweest moest ik er toch aan geloven.
Ik was dan ook blij om naar Dresden door te reizen. Een stad die ik nog nooit gezien had, maar wel al veel over gelezen had. De bombardementen op de stad zijn berucht en controversieel. Aan het einde van de oorlog was de stad een toevluchtsoord voor Duitsers uit het oosten. Zij vluchtten voor de Russen en dachten een veilige plek te vinden in Dresden. Het was een historische stad en had geen oorlogsindustrie en was dus veilig, zo dacht men. Terwijl Dresden vol loopt met vluchtelingen maken de Engelsen plannen voor een bommentapijt op de stad. Doel was zo veel mogelijk burgerslachtoffers maken en zo het moraal van de Duitsers te breken waardoor de oorlog sneller zou stoppen.
Op 13 februari 1945 werd dit bommentapijt neergelegd waardoor de stad in brand kwam te staan. Het werd zo heet dat er een gebrek aan zuurstof ontstond. Hierdoor ontstond er een wind die een vuurzee veroorzaakte waardoor mensen in de vuurzee werden gezogen. Om de burgerslachtoffers nog groter te maken legden de geallieerden een paar uur na het eerste bombardement nog een tweede en een derde bommentapijt neer. Zeventig procent van de stad was verwoest en 25.000 mensen stierven.
Na de Tweede Wereldoorlog werd de stad weer opgebouwd. De communisten hadden de macht. Ze herstelden enkele historische gebouwen zoals de Zwinger en de Semperopera maar herstelden de stad vooral naar socialistisch model. Na de Wende werd voor een heel andere aanpak gekozen. De stad moest zoveel mogelijk hersteld worden zoals het voor de oorlog was.
Als wij door Dresden lopen zien wij gelijk de nieuwe aanpak. Op een groot bord staat; Hier wird ein neues barokken burgerhaus gebouwt. Als we even verder doorlopen staat daar de Frauenkirche. De communisten hadden de restanten van de kerk laten liggen als een aandenken aan de oorlog. Na de Wende werd de kerk opnieuw opgebouwd. De enkele donkere stenen aan de buitenkant laten zien dat er nog originele stenen gebruikt zijn. Binnen ruikt je de nieuwigheid.
Het plein voor de Frauenkirche heet de Neumarkt en is voor een groot gedeelte al omringd door nieuwe oude gebouwen. Wel kijken we nog uit op het Kulturpalast. Een kaasrecht gebouw in de socialistische stijl. Het heeft wel wat weg van het Palast der Republik in Berlijn waar ik enkele jaren geleden voor stond. In Dresden blijkt men meer historisch besef te hebben. Want hoewel het pand totaal niet past in de nieuwe stad, heeft men toch besloten om het pand te bewaren. Want ook de DDR tijd is onderdeel van hun geschiedenis. Wel zullen er een aantal gebouwen voor gezet worden. De Neumarkt moet er straks grotendeels weer uitzien zoals het er voor de oorlog uit zag. Het zal er weer gaan uitzien als een oude stad. Dat doet het nu nog niet. Er zijn nog te veel open ruïnes en bouwplekken, de gebouwen die wel af zijn zien er te nieuw uit.
Als we door lopen komen we bij de gebouwen terecht die de communisten al hebben hersteld. Zoals de Koninklijke stallen, het schloss, de hoffkirche, het semperoper en de Zwinger. Gebouwen die niet meer verraden dat ze na de oorlog bijna compleet zijn herbouwd. Onderweg zien we meerdere winkeltjes waar ze kaartjes verkopen met foto’s van het verwoeste Dresden. Het is onvoorstelbaar hoe de stad er na het bombardement bij lag. Ook is er een kaartje waar een grote stapel met lijken ligt. Op de Altmarkt werden meer dan 6000 lijken openlijk gecremeerd.
Als we door de Zwinger lopen kijk ik uit op het herbouwde Schauspielhaus. Op de gevel staat: Ältestes bewahrt mit treue freundlich aufgefasstes neue. Deze quote van Goethe gaat zeker op voor Dresden. Op de andere kant staat nog een mooie quote van Schiller: Schönheit ist ewig nur eine – doch mannigfaltig wechselt das Schöne.
Via de Augustbrug lopen we naar de andere kant van de stad. Hier ligt de Neustad. Hier valt goed te zien hoe een groot deel van Dresden er waarschijnlijk uit zou zien als de communisten nog aan de macht zouden zijn. Oerlelijke rechttoe rechtaan huizenblokken sieren de autovrije Hauptstrasse op. Als we de straat verder oplopen zien we gelukkig nog een aantal huizen uit de achttiende eeuw die de bombardementen bespaart zijn gebleven.
Mijn hart begint nog sneller te kloppen als we het tweede gedeelte van Neustad belanden. Het zogenoemde Äußere Neustadt. De straten worden opgesierd met haast enkel oude gebouwen uit de achttiende en negentiende eeuw. Dit gebied is bespaard gebleven aan de bombardementen uit de Tweede Wereldoorlog. De mooie gebouwen huisvesten allemaal leuke kleine cafés en kleine winkeltjes. Zo komen we terecht op het Kunsthofpassage. Deze aaneengeschakelde hofjes huizen kleine ateliers en andere leuke winkeltjes. De muren van de hofjes zijn ware kunstobjecten.
Even later treffen we Rici’s vriendin Josi in een van de vele leuke cafeetjes. We drinken een paar cocktails, maar zijn te moe om echt op stap te gaan. Josi was een van de slimste en meest ambitieuze klasgenoten van Rici. Ze studeert internationale betrekkingen en is speciaal naar Dresden gegaan omdat deze universiteit op haar vakgebied de beste in Duitsland is. Bijkomend voordeel is dat je in Dresden geen collegegeld hoeft te betalen, een souvenir uit de DDR. De stad gaat weer vooruit. Over een paar jaar ligt haar altstad er ongetwijfeld weer prachtig bij. Dan zal de nieuwigheid ook een beetje zijn verdwenen en gaat het weer echt oud aanvoelen.
We overnachten bij Josi en haar Colombiaanse vriend Manu. Bij hun thuis verteld Josi dat het bombardement elk jaar nog wordt herdacht op 13 februari. Ten tijde van de koude oorlog werd dit uiteraard gebruikt om de kapitalistische vijand te beschuldigen. De communisten spraken over Anglo-Amerikaans terreur en overdreven de dodenaantallen riant. Na de Wende verdween deze sfeer en maakte het in de jaren negentig plaats voor een pacifistisch protest. De laatste jaren begint de herdenking echter ook een extreem rechts karakter te krijgen. Hoewel het verboden is in Duitsland om de holocaust te ontkennen of te minimaliseren herdenken extreem rechtse groeperingen nu de Bomben-holocaust. Niet iedereen in Dunkeldeutschland gaat mee in de vooruitgang.

Geplaatst in Midden en Oost-Europa | Tags: , | 2 reacties