7 The Gibb River Road

Het mooiste stuk van de Kimberley ligt aan de Gibb River Road. Deze 664 km lange weg is enkel dirt road. Gedurende the wet is de weg afgesloten, omdat hij bijna geheel onder water staat. Ook nu nog moeten we af en toe nog door het water. De weg is enkel met een auto met vierwielaandrijving te bereizen. De komende dagen zullen we de rotskloven aan deze weg bezoeken. De eerste rotskloof is Emma Gorge. Des te verder we van haar parkeerplaats komen, des te wilder het terrein wordt. Uiteindelijk stappen we van rotsblok naar rotsblok en dan zien we ineens een gigantische rotskloof voor ons opduiken. De 64 meter hoge donkerrode kloof is deels begroeid met groene planten. Door de diepte krijgt de zon niet de kans het water onder aan de kloof op te warmen. Hierdoor is het zwemmen in de kloof een koude bedoening. Gelukkig loopt er langs de zijkant een kleine waterval, waarvan het water door de wrijving warm is. Wij warmen ons hier dankbaar aan op.
Na de lunch rijden we door naar de Barnet River Gorge. Om bij onze kampeerplek te komen, moeten wij over een aantal rotsen rijden. Ik had het niet voor mogelijk gehouden, dat je daar met een auto over heen zou kunnen.  Maar zelfs met aanhanger blijkt het mogelijk te zijn. We komen echter wel te laat voor de zonsondergang.

Als de zon weer opkomt, beginnen we de dag met een sprong van een vier meter hoge rots in de Barnet River. Na deze verfrissende duik pakken we onze spullen in en rijden we door naar Manning Gorge. Will vertelt ons daar, dat alles wat wij aan hebben, nat moet mogen worden. We volgen hem dwars door de laagstaande rivier en beginnen aan de overkant aan een wandeling over een goed onderhouden pad. Het landschap is dor en droog en er is weinig schaduw. In de brandende zon is het flink zweten. Na drie kwartier komen we aan bij Manning Gorge. Daar zorgt het water voor een welkome verfrissing. Dan klimmen we de rotsen op. Boven op de waterval spring ik twaalf meter naar beneden in het frisse water. Ik kom niet helemaal fijn neer, maar ik laat me er niet door weerhouden en klim nog een keer omhoog. Deze keer spring ik van iets minder hoog en kom ik beter in het water terecht.
In plaats van terug te lopen, zwemmen we stroomafwaarts terug. Aan beide kanten van de rivier verrijzen hoge rode rotsen. Hierdoor is het doodstil bij de rivier. Het enige dat wij horen is het geluid dat wij maken door ons voort te bewegen in het kabbelende water. Het is bijna onwerkelijk hoe mooi dit is. We stoppen onderweg even om een aantal rotstekeningen van Aboriginals te bekijken. Twee uur lang zwemmen we stroomafwaarts en komen uiteindelijk uitgeput, maar voldaan weer uit waar wij eerder deze dag waren begonnen.
Deze dag kan nu al niet meer stuk, maar het zou nog mooier worden. Want na de lunch rijden we door naar Galvans Gorge. Daar zien we gelijk een grote varaan. Wederom maken we een duik in het water van de rotskloof. We laten ons vervolgens masseren door het neervallende water van de waterval. Kamperen doen we vlakbij Adcock Gorge tussen de Boab bomen. Rond het kampvuur realiseren we ons wat voor geweldige dag wij hebben gehad. Wij voelen ons bevoorrecht doordat wij dit mooie stukje van Australië hebben gezien.

De Adcock Gorge is een stuk minder indrukwekkend. Wel maken we een mooie wandeling en zien we rotstekeningen en een begraafplaats van de Aboriginals. Bovenop de rotskloof hebben we een prachtig uitzicht over de wijde omgeving.
De volgende rotskloof is de rode Bell Gorge. Hier hoppen we over stenen in de Bell River om deze over te steken. Het water van de rivier weerspiegelt de blauwe lucht en spaarzame witte wolken. De rotsen om ons heen zijn rood en hier en daar voegen planten en bomen wat groene kleur aan dit palet toe. Voor ons zien wij een grote afgrond, die wij al klimmend en klauterend afdalen tot aan de voet van de rotskloof. Daar zwemmen we in het water onderaan de waterval. Op de rode rotsen lunchen we met uitzicht op de spectaculaire Bell Gorge. Will springt ondertussen van de twintig meter hoge rotskloof. Ik laat deze sprong aan mij voorbijgaan en lees lekker in mijn boek Into the Wild. Na de middag vertrekken we naar Lennard Gorge om te kamperen. Met een glaasje wijn genieten we van de zonsondergang. Het is de laatste avond, maar laat maken we het niet. We zijn moe van zoveel mooie indrukken.

In de ochtend klimmen we de Lennard Gorge af. Hierbij hebben we elkaars hulp soms hard nodig, want het is een lastige afdaling in de smalle kloof. Als we eindelijk beneden zijn, blijkt het zwemwater koud te zijn. Doordat de kloof zo smal is, kan de zon haar water niet verwarmen. We laten ons er niet door weerhouden en nemen een verfrissende duik.
Daarna rijden we naar Tunnel Creek. Op de parkeerplaats hangt een briefje waarop we gewaarschuwd worden voor een king brown snake. Dat is de twee na dodelijkste slang ter wereld! De slang ligt te zonnen op het wandelpad. Met een boog lopen we om de slang heen. Dan klimmen we over twee grote rotsblokken en lopen we de tunnel binnen. De tunnel staat half onderwater en is stikdonker. Boven ons hangen vleermuizen en terwijl we door het frisse water lopen, zien we ineens twee reflecterende ogen in het water opsteken, een krokodil! We lopen echter gewoon door en komen veilig weer terug.
De laatste rotskloof die we bezoeken is de Windjana Gorge. Het is de grootste en meest wijde rotskloof van de hele trip. In het midden stroomt de Lennard River. Zo’n drieënhalve kilometer lang verrijzen aan weerszijden van de rivier rotsen die er onheilspellend  uitzien. De kloof is wel honderd meter breed, maar nu aan het einde van het droge seizoen zit er niet veel water meer in de rivier. Wel zitten er krokodillen, heaps of them. In de rotsen zien we fossielen, want deze rotsformatie was ooit een koraalrif.
Er is nog maar een klein stukje Gibb River Road over, daarna gaan we weer verder over de verharde weg. Vlakbij Derby strekken wij onze benen nog één keer bij een grote boab boom. De boom is van binnen hol en deed ooit dienst als gevangenis. Daarna rijden we de laatste 220 km van onze roadtrip. Negen dagen na vertrek uit Darwin, met 3000 km meer op de teller, komen we aan in Broome.
We zijn weer terug in de beschaving. Het eerste wat we daar doen, is snacken bij Macky D. Daarna nemen we die lang begeerde douche, waar wij het negen dagen zonder hebben moeten doen. S’avonds gaan we naar de lokale pub, the Oasis. Donderdagavond is dè avond in de Oasis, want er is een wet t-shirt competitie! Goedkope vrouwen, maar met borsten zien is niets mis. Ik ben weer terug in de beschaafde wereld.

Vrijdagochtend worden we voor het eerst wakker in echte bedden. Samen gaan we naar Cable Beach. Als we de duin overlopen, ontwaart zich een turquoise zee en een parelwit strand. Vlak langs de kust vaart een zeilschip met grote witte zeilen. De dames zonnen op het strand en ik probeer een beetje te bodyboarden op de golven van de Indische oceaan. In de avond kleurt de lucht, die ’s middags nog zo fel blauw was, helemaal oranje. En dan lopen er ineens kamelen langs! Het is hier soms een beetje onwerkelijk.
s’Avonds gaan we samen met de taxi naar Ganteaume point. Want daar is een beachparty. Het is even zoeken om op het juiste feest te komen, want er zijn meerdere feestjes op het strand. Maar nadat we drie kleinere feestjes voorbij zijn gelopen, komen we bij het feest waar we willen zijn. Een boel vage lui onder de invloed van drugs en drank, muziek, een kampvuur en een nakende man die zijn ballen verbrandt bij een sprong over het kampvuur. Kortom een goed feest.
Als de drank op is, gaan Anika en Ruby met wat Engelse gasten in de taxi terug naar Broome. Nina en ik lopen de vijf km over het strand terug. Boven ons is het een regen van vallende sterren.
De volgende ochtend chillaxen we rond het zwembad. Onder de schaduw van de palmbomen liggen we allemaal in een hangmat. We lezen in onze boeken en eten ons fruit. Ondertussen maken we ook plannen om verder te reizen. Erin en Nina vliegen vandaag alweer naar huis. Anika heeft via gumtree.org een baantje geregeld in een hostel in Exmouth en wacht op een lift. Ruby is van plan om nog een tijdje in Broome te blijven. Ze wil het fenomeen Staircase to the moon zien. En ik? Ik weet het nog niet zo goed. Ik wil de rest van West-Australië bereizen. Een staat die zestig keer groter is dan Nederland. Er is dus genoeg te zien, maar ik weet nog niet helemaal hoe. Ik heb gelukkig nog voldoende tijd en geld. Dus voor nu blijf ik denk ik nog even in Broome. Maar dat kan morgen ook zo weer veranderen.

Advertenties

Over hleutscher

Hallo. Ik ben Henk Leutscher, geboren in 1984. Voorheen Wereldreiziger en daarvoor een tijdje leraar geschiedenis. Sinds januari 2012 weer inwoner van Leeuwarden.
Dit bericht werd geplaatst in Naar Australië en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s