6 Van Dalby naar Kununurra

Voor de laatste keer rijd ik over de Bunya Hyw naar Dalby. De weg die Lukas en ik de afgelopen weken elke woensdag aflegden om zo’n twintig kilometer verder een broodje in de Subway te eten, het internet te gebruiken in de bibliotheek en boodschappen te doen in de Coles Supermarkt van Dalby. Lukas zit al in Nieuw-Zeeland. Met de geleende auto van huisgenoot Mark had ik hem een paar dagen eerder al om vijf uur ’s ochtends in Toowoomba afgezet. Omdat de dashboardverlichting van Mark’s auto niet werkte, was het rijden op gevoel. Uiteindelijk kwamen we, zonder geflitst te worden, net een paar minuten voor het vertrek bij de bushalte aan. Ik besloot nog een paar dagen door te werken. Ik had een terrific job gedaan op de feedlot, hadden ze me verteld. Nu word ik door Zweed Björn in Dalby afgezet en stap ik om drie uur op de Greyhound bus naar Toowoomba.
Ik ben weer onderweg. Mijn werkschoenen zitten onder in mijn rugzak opgeborgen en ik loop weer op slippers. Het is een doodgewone busrit, maar alles wat ik zie geeft me energie. Ik kan het niet vaak genoeg tegen mezelf zeggen: Ik ben weer onderweg! Ik ga dwars door de vruchtbare Darling Downs regio richting Toowoomba, waar ik een uur later op de top van de Dividing Range aankom. Ik moest nog even bij Dick langs. In de bus had ik nog even moeten denken over wat hij tegen me zei voordat ik begon met werken: ‘Je gaat nu het echte Australië zien.’ Hij had gelijk gekregen. Dit deel van Australië is heel anders dan langs de kust. Ik vul bij hem de nodige papieren in voor mijn supperannuation, de Australische AOWVlak voordat ik weer wil vertrekken zegt Dick: ‘Je denkt dat je nu al in de middle of nowhere was, maar je zou eens moeten werken in de bush, echt in de bush! Dat is nog heel anders. Wellicht iets voor de volgende job?’
Tegen de avond stap ik op de volgende Greyhound bus richting Brisbane. Ik verlaat de Dividing range en kom twee uur later aan op het Domestic Airport van Brisbane. Ik kijk mijn ogen uit, want ik zie overal mooie vrouwen. Die had ik de afgelopen weken niet meer gezien. Rond tien uur vlieg ik naar Darwin, the gateway city. Ik pak daar een taxi en laat mij rond twee uur bij de Ierse pub Shenanigans afzetten. Daar zie ik Jess weer en nog veel meer mooie vrouwen. Jess regelt goedkope whisky en om drie uur neemt ze me mee naar het Youth Shack hostel waar haar Canadese vriendin Jane mij incheckt.

Darwin is de hoofdstad van de Northern Territory. De dunstbevolkte staat van Australië. Wel lopen hier relatief veel Aboriginals rond, maar je krijgt niet altijd een positief beeld van hen. Velen zien er slecht uit en stinken naar drank. Het is hier ook altijd warm. Zelfs nu in de winter is het nog 31 graden. Darwin wordt de gateway city genoemd. Hier maken mensen plannen om naar Indonesië te gaan. Of naar Kakadu, Katherine Gorge, Litchfield of Arnhem Land. Voor mij is Darwin de gateway naar de Kimberley, het gebied in Noordwest Australië. De Finse Aada had mij begin dit jaar verteld dat dit volgens haar het mooiste gebied van Australië was. De Kimberley is een wilde regio die moeilijk te bereizen is. Tijdens het regenseizoen staan grote stukken onder water en zijn veel dirt roads afgesloten. In het droge seizoen, van april tot september, zijn de mooiste plekken met een auto met vierwielaandrijving te bereiken. Aangezien de gemiddelde backpacker niet zo’n auto heeft, had ik in de bibliotheek van Dalby een tour geboekt om de Kimberley te bezoeken.
Ondertussen ben ik nu al meer dan een half jaar op reis. De Lonely Planet is niet langer mijn bijbel. Het boek is gedegradeerd van heilig boek tot gids en naslagwerk. De meeste informatie krijg ik van mijn medereizigers. Maar soms is het toch wel handig dat je ook praktische achtergrondinformatie hebt. Als ik om half zeven opsta en mij bij de receptie meld, krijg ik van de nightmanager te horen dat ik een half uur te vroeg ben. ‘Je hebt je horloge nog op Sydney tijd staan!’ Ik wist niets van een tijdverschil tussen Dalby en Darwin.
Een half uur later stap ik alsnog in de 4wd van de Australische gids Will. Naast mij stappen ook de Zwitserse Nina en Erin uit Melbourne in. Engelse Ruby zit dan al in de auto. Een paar minuten later halen we onze laatste gast op; Anika. ‘Let’s get out of the city!‘ zegt Will. Al in de stad geraken we dan op de Stuart Hyw. De weg die dwars door Australië gaat en vernoemd is naar de eerste Europeaan die Australië van Zuid naar Noord doorreisde. Naarmate we verder van de stad raken wordt het zand roder en zien we steeds meer roadtrains. Deze vrachtwagens van monsterlijke proporties hebben soms wel vier aanhangwagens! De roadtrains zijn uiteraard niet erg wendbaar en stoppen nergens voor. Wij wijken dan ook elke keer uit, als we één tegen komen. Een roobar aan de voorkant vangt alles op wat in haar weg komt. Zoals de naam al prijsgeeft, zijn dit voornamelijk kangoeroes.
Onderweg stellen wij ons aan elkaar voor en vertellen we waar we vandaan komen. ‘I’m a Dutchy!‘ zegt Anika als we haar vragen waar ze vandaan komt. Als ik bevestig dat ik ook een Dutchy ben, vraagt ze waar ik vandaan kom. ‘Friesland, Leeuwarden’antwoord ik haar. -Nee! Ik ook! Welke buurt?’ ‘Het Vliet’. -Nee! Ik woon in de wijk Schieringen, dan zijn we bijna buren!’ We hebben jaren bijna naast elkaar gewoond maar komen elkaar pas tegen aan de andere kant van de wereld. De wereld is soms kleiner dan je denkt.
Met 300 km op de teller maken wij de eerste stop bij Edith Falls. We maken een verfrissende duik en rijden daarna door richting Katherine. Daar zien we veel Aboriginals en wederom krijgen we geen positief beeld van hen. Wij slaan alcohol in en gaan daarna nogmaals zwemmen in de Katherine Hot Springs. Dan verlaten we de Stuart Hyw en gaan we voor het eerst naar het westen over de Victoria Hyw. Deze weg verlaten we ook en aan de Buntine Hyw stoppen we bij de Coolibah Crocodile Farm om te overnachten aan de Victoria River.
We sprokkelen hout en maken een kampvuur om ons avondeten op te maken. Daarna rollen wij onze swags voor het eerst uit. Een swag is van oudsher een opgerolde bundel waarin landlopers al hun spullen in hadden. Onze swags zijn een stuk luxer. Ze zijn gemaakt van waterdicht materiaal en hebben een laag schuim onderin waardoor we een zacht matras hebben. Met mijn eigen slaapzak erbij heb ik een comfortabel bed. Als de lucht boven ons steeds donkerder wordt, zien we steeds meer vallende sterren en dan vallen we langzaam rond het kampvuur in slaap.

Het is koud als we wakker worden en het kampvuur is uit. Maar Will heeft het al snel weer aan de gang en kookt wat water en geeft ons allen een kopje thee. We rollen de swags op en rijden terug naar de Victoria Hyw en rijden door naar Lake Argyle. Onderweg passeren we de staatsgrens van West-Australië. Daar moet ik mijn horloge wederom anderhalf uur terug zetten. Lake Argyle is het grootste zoetwatermeer in Australië. Het is ontstaan door een dam in de Ord River. Terwijl het grootste deel van Australië met droogte kampt, ligt hier een zoetwatermeer waarmee de haven van Sydney negen keer kan worden gevuld, en niemand doet er iets mee. Naarmate de droogte erger wordt in Australië, zal er ongetwijfeld een pijp worden aangelegd om het water te transporteren.
Wij gebruiken het meer voor ontspanning en maken een boottocht. Onderweg zien we grote vissen, pelikanen, zoetwaterkrokodillen en rockwaliby’s. Op een eilandje sprokkelen we hout en onder het motto: When in Rome, do as the Romans do. Verven we onze gezichten met gele oker, want dat deden de Aboriginals ook. Midden op het meer ondergaan we de zonsondergang onder het genot van een alcoholische versnapering. Wanneer de zon onder is varen we naar een eiland om te gaan kamperen. Als we het eiland naderen, zegt Anika ineens: ‘Kijk een krokodil!’ Iedereen veronderstelt dat ze een grapje maakt, maar dan zien we allemaal dat daar inderdaad een krokodil ligt. Tien meter verder is onze kampeerplek. Het is gelukkig slechts een zoetwaterkrokodil. Als de boot dichterbij komt, maakt de krokodil zich snel uit de voeten. We maken snel een kampvuur en we houden een barbie op het eilandje. Om het kampvuur praten we nog lang na met bootgids Matt. Hij vertelt ons over de Aboriginals. Dat er ook een ander beeld van hen bestaat, dan die wij hebben gezien in de steden. Matt heeft als kind vlakbij de reservaten gewoond en weet veel over hen te vertellen. Maar ook hij kan niet ontkennen dat het met veel van hen niet goed gaat. Een oplossing heeft hij ook niet. ‘Anders had ik hier niet gezeten!’ zegt hij.

De volgende morgen vaart Matt ons terug naar de auto en ontbijten we aan de voet van de Ord Dam. We rijden terug naar Kununurra en rijden dan verder richting Purnululu National Park. Na Turkey Creek verlaten we de Great Northern Hyw en slaan we een dirt road in om de laatste 53 km af te leggen richting de Bungle Bungle Range. Dit is een groep van 300 meter hoge rotsen van zandsteen. Ze zijn oranje-zwart gestreept in de vorm van bijenkorven. Net voor zonsondergang komen we aan en dan zien wij de Bungle Bungle Range veranderen in de mooiste kleuren.
Als de zon onder is, maken we avondeten boven het kampvuur en raken we aan de praat met een aantal grey nomads. Dat zijn gepensioneerden uit het zuiden van Australië die in de winter naar het warmere noorden trekken. Een grey nomad die oorspronkelijk uit Spanje komt, vermaakt ons met grappen terwijl wij ons avondeten nuttigen. ‘De stieren worden na het stierenvechten altijd geslacht en de stier kent ook zo zijn delicatessen. Eentje daarvan zijn de stierenballen. Dat is een delicatesse bij de tapas. Een man in de Spaanse stad koopt deze delicatesse altijd. Maar op een dag zijn de ballen echter veel kleiner. Waarop de man aan de slager vraagt wat er mis is met de stierenballen. De slager antwoordt: Het is niet altijd de stier die verliest.’
We staan voor zonsopgang op en zien de Bungle Bungle Range tijdens ons brekky wederom in de mooiste kleuren veranderen. Als de zon op is maken we een wandeling naar Cathedral Gorge. Vanwege het vroege uur zijn we de enige.  Will heeft zijn didgeridoo meegenomen en bespeelt het instrument. De rotskloof zorgt voor een prachtige akoestiek. Onze didgeridoo pogingen zijn minder verdienstelijk. Door een opgedroogde beek lopen we terug naar de auto en rijden naar een plek waar je een helikoptervlucht kan maken. Voor een twintig minuten durende vlucht betaal je 185 dollar. Dat is best veel geld voor een korte tijd. Ik was dan ook geneigd om het niet te doen. Maar toen dacht ik: Hoe vaak krijg ik de kans om een helikoptervlucht te maken? En dus dacht ik: What the hell. Carpe Diem. Ik maak een helikoptervlucht!
Samen met Erin en Ruby stap ik in de helikopter. Ik mag, hoewel ik de loting verloren heb, voorin zitten vanwege mijn lange benen. En dat is best even spannend, want er zitten geen deuren in de helikopter! Ik weet niet hoe snel ik iets moet vastpakken. Maar ik moet wel uitkijken wat ik vastpak, want van de piloot mag ik absoluut niet aan de hendels voor mij zitten. Na een paar minuten in de lucht raak ik ontspannen en kan ik genieten van het uitzicht over de Bungle Bungle Range. Natuurlijk is het veel te snel weer voorbij.
Na de helikoptervlucht maken we nog een wandeling door de Echidna Chasm, een spleet in een rotsformatie. Na de lunch gaan we over de dirt road weer richting de verharde weg. Juist daar krijgen wij een lekke band. Na een snelle pitstop rijden we verder en Will speelt ons Cold Chisel’s Bow River: ‘Waitin’ on the weekend, set o’ brand new tyres. And back in Bow River’s just where I want to be.‘ Het is weekend en dus overnachten we langs de Bow River.
Zondag rijden we terug naar Kununurra, om ons rantsoen op peil te houden. Lunchen doen we aan de Lilly Creek Lagoon en daar zwemmen we ook. Daarna rijden we richting El Questro, maar pech overvalt ons. Onderweg verliezen we een tas met daarin het paspoort van Nina. Hierdoor moeten we terug naar Kununurra en langs de politie om aangifte te doen. Kamperen doen we daarom een stukje buiten het dorp. We maken pizza’s boven de hete kolen en met onze nieuw ingeslagen alcohol maken we er ondanks de verloren tas een feestje van. Slapen willen we niet. Als we in onze swags kruipen, is het een regen van vallende sterren. Ik zie meer dan twintig!

Advertenties

Over hleutscher

Hallo. Ik ben Henk Leutscher, geboren in 1984. Voorheen Wereldreiziger en daarvoor een tijdje leraar geschiedenis. Sinds januari 2012 weer inwoner van Leeuwarden.
Dit bericht werd geplaatst in Naar Australië en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s